Brief Bezwaar reconstructie Pothoofd

Deventer, 23 oktober 2015

Onderwerp:  Bezwaar tegen uw besluiten van 13 oktober 2015 en 21 oktober 2015

Geacht College,

De Stichting Oud Deventer  maakt bezwaar tegen uw besluiten van 13 oktober 2015 (uw ref.: BSN/KvK:8214418) en 21 oktober 2015.

Inhoud van de besluiten d.d. 13 en 21 oktober 2015:

  1. Bij besluit van 13 oktober 2015 heeft uw college de gemeente Deventer een omgevingsvergunning verleend voor de volgende activiteiten:
    – het uitvoeren van een werk of werkzaamheden;
    – handelen in strijd met ruimtelijke regels,
    op een perceel gelegen aan het Pothoofd, 7411 Deventer (kadastraal bekend sectie C, nr. 02277, sectie E, nrs. 12608, 10423, 10936, 09211, 11064, 10781, 10783 en 10784).
  2. Op 21 oktober 2015 heeft uw college besloten dat het besluit van 13 oktober 2015 versneld in werking treedt.

Bezwaar afwijken bestemmingsplan en aanleggen afslagstrook:

  • Zoals aangegeven in onze brief van 26 januari 2015 zijn wij tegen sloop van de zogenaamde Pothoofdpanden. Tevens maken wij bezwaar tegen het feit dat u de reconstructie aangrijpt om een afslagstrook aan te leggen, welke strook pas definitief zal worden ingericht wanneer in het Sluiskwartier een tijdelijk parkeerterrein wordt aangelegd en de aanliggende panden zijn gesloopt. Hiermee anticipeert u op de mogelijke sloop van de panden aan het Pothoofd. 
  • De vraag of deze Pothoofdpanden gesloopt moeten worden, staat ook binnen uw gemeente weer volop ter discussie. We vinden het prematuur dat, terwijl de gemeenteraad zich nog beraadt omtrent de vraag of de panden aan het Pothoofd gesloopt moeten worden, uw college vergunning verleent om af te wijken van het bestemmingsplan en een afslagstrook aan te leggen. 
  • Een nadere onderbouwing van onze bezwaren tegen de sloop van de Pothoofdpanden en het, vooruitlopend daarop, (binnenplans) afwijken van het bestemmingsplan en het aanleggen van een afslagstrook verwijzen wij u naar eerdere discussies,  waarvan de inhoud als hier herhaald en ingelast moet worden beschouwd.

Overige bezwaren tegen de omgevingsvergunning:

  • Uw college gaat er vanuit uit dat het de aanleg van de afslagstrook kan faciliteren door middel van het verlenen van een vergunning als bedoeld in art. 21, lid 1, onder b, van de planregels. Ingevolge dit artikel kan van de bestemmingsplanregels (in casu de bestemmingen “Bedrijf-Nutsvoorziening”  en “Wonen”) worden afgeweken en worden toegestaan dat het beloop of profiel van wegen in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of – intensiteit daartoe aanleiding geven.
  • Het is vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dat het verlenen van een omgevingsvergunning om (binnenplans) af te wijken van het bestemmingsplan niet mag leiden tot het wijzigen van de bestemming. U wijzigt met toepassing van art. 21 van de planregels de bestemmingen “Wonen” en “Bedrijf-Nutsvoorziening”  in “Verkeer”. Dat kan niet via een omgevingsvergunning; dat kan alleen via een wijzigingsplan. Art. 21 van de planregels is naar ons oordeel dan ook onverbindend.
  • Wij wijzen er verder op dat u art. 21 ten onrechte hebt toegepast. U bent immers niet van de planregels afgeweken in verband met de verkeersveiligheid en de verkeersintensiteit; u bent afgeweken om de aanleg van een afslagstrook mogelijk te kunnen maken, die, na (een op dit moment onzekere) sloop van de Pothoofd-panden, het daarachter nog aan te leggen parkeerterrein zal gaan ontsluiten. Niet de verkeersveiligheid en/of –intensiteit geven derhalve aanleiding om af te wijken van het bestemmingsplan, maar uw wens om te anticiperen op een mogelijke sloop van de Pothoofdpanden. Nu u art. 21 van de planregels gebruikt hebt voor een ander doel dan in dit artikellid beschreven kan uw besluit niet in stand blijven.

Bezwaren tegen de versnelde inwerkingtreding:

De onderbouwing van uw besluit van 21 oktober 2015 kan ons niet overtuigen. De door u genoemde redenen om het besluit versneld in werking te laten treden doen zich niet voor. Uit de memorie van toelichting blijkt bovendien dat terughoudend en slechts in uitzonderlijke gevallen van dit artikel gebruik gemaakt kan worden. Deze situatie is niet dusdanig uitzonderlijk dat zij versnelde inwerkingtreding rechtvaardigt. Door daartoe toch te besluiten creëert uw college bovendien een ongewenst precedent.

Slot

Wij verzoeken uw college onze bezwaren tegen uw besluiten van 13 oktober 2015 en 21 oktober 2015 gegrond te verklaren en het bestreden besluit te herzien, in ieder geval op het onderdeel dat betrekking heeft op het afwijken van het bestemmingsplan  en voor wat betreft de versnelde inwerkingtreding.

Hoogachtend,

Stichting Oud Deventer
Drs. N. Osinga, Secretaris